Verdwalen in het groen (Madeira)

Met het struikgewas tot aan mijn heupen banen we ons een weg vooruit.
Over een pad dat net breed genoeg is voor mij en mijn rugzak.
Met mijn wandelstokken duw ik overhangende takken opzij,
en vaak moet ik bukken om mijn hoofd niet te stoten.
Diepgewortelde bomen rijzen trots de lucht in vanuit wat voelt als een steile wand,
en houden de vertrapte aarde onder mijn voeten bijeen.

Ik zie elke tint groen die ik me kan voorstellen om me heen.
Het ruikt hier fris, vrij van de vermengde resten
van alles wat we achterlieten in de bewoonde wereld.
Het pad golft zacht omhoog en omlaag,
met kleine uithollingen in de flank van de berg.
We lopen langs zacht stromende watervallen,
waar druipend groen mos en gladgeslepen stenen
elkaar weerspiegelen.

De stilte die ik hier heb gevonden—
elk geluid, elk detail—
alles wordt deel van mijn nieuwe wereld,
de werkelijkheid voor me, een wereld die ik niet langer wil verlaten.
Hoewel opgesloten zijn in je eigen wereld
vaak de gevaarlijkste vorm van blindheid wordt genoemd,
vind ik het op dit moment werkelijk prachtig:
mijn wereld, mijn perspectief.
Het is gevuld met bergen, avontuur,
en een overvloed aan vrijheid.
De vrijheid om te doen en te zijn wat ik wil,
zonder achterom te kijken—
alleen vooruit, altijd vooruit.

Met mijn rugzak strak tegen mijn schouders
blijf ik lopen.
Nog één laatste bocht, en ik kijk uit over een soort vallei
die een paar honderd meter verderop in een wijde U terugbuigt.
Staand op een plek met vrij uitzicht
neem ik mijn omgeving nog eens in me op.
Dit eiland blijft de grenzen van mijn verbeelding verleggen.
Weiden vloeien over in torenhoge rotswanden,
tegen een blauwe hemel.

Mijn plannen en ideeën waren zo groots voordat ik hierheen kwam,
en toch sta ik nu op een plek die me zo klein laat voelen—
nietig naast deze prachtige aarde
en alles wat zij te bieden heeft.